Gedachten van een oude man: waar maken we ons al 50 jaar druk over

Ouwe man
Als je eenmaal 70 jaar bent geworden, dan heb je een hoop problemen zien verschijnen die 50 jaar later nog steeds niet zijn opgelost, maar waar iedereen zich nog steeds druk over maakt. Zijn die problemen echt zo moeilijk op te lossen of kiezen we ervoor om als een struisvogel de kop in het zand te steken. Of willen we alleen maar zeuren in plaats van wat doen. We zullen een paar voorbeelden eens de revue laten passeren.

We zijn de aarde aan het uitputten

We are running out of hope, and we are running out of love
And we’re running out of everything that I’ve been dreaming of
And we are running out of oil, we are low on light and air
And we’re running out and digging holes and finding nothing there

Albert Hammond zong dit al in 1974 in zijn nummer We’re Running Out . Dat zal toch niet gebeuren in onze generatie, hoopte hij. “Now the car won’t go, and the pool won’t heat“. De rekening moest maar gepresenteerd worden aan de volgende generaties, zong hij vrolijk.

In 1972 publiceerde de Club van Rome het rapport ‘De Grenzen van de Groei’ dat voorspelde dat de grondstoffenvoorraden in enkele tientallen jaren op zouden zijn. Het spanningsveld tussen economische groei en het milieu was duidelijk. In 1973 hadden we kamelen op het behang volgens Wim Kan want we hadden een oliecrisis compleet met autoloze zondagen en benzine op de bon. Nu in 2021 lopen we te huilen dat ineens het gas op is. Niks geleerd dus. En vijftig jaar wel geleutert maar niks gedaan om de problemen op te lossen voordat we er echt last van hebben.

Natuurlijk is er wel het een en ander verbeterd. In Londen hebben ze geen last meer van smog, de zure regen hebben we opgelost, het ozongat is nog wel een punt van zorg maar lijkt niet groter te worden.

Nieuw is het probleem van de opwarming van de aarde. Ledlampjes en andere prutsoplossingen hebben niet genoeg geholpen, want we durven grootvervuilers als luchtvaart en hoogovens niet aan te pakken. We zijn nu het point-of-no-return waarschijnlijk al gepasseerd. We zijn weer te laat.

Fijnstof hebben we nog steeds niet in de hand omdat het niet te meten is. Stikstofoxiden en zwaveloxiden praten we wel over maar we doen te weinig.

Hoe weinig we doen zien we in dit artikel over onze geweldige inspanning om alternatieve energiebronnen in te voeren.

We zien het schip zinken en we zijn met steelpannetjes water naar buiten aan het hozen maar we zitten er factoren naast met te doen wat noodzakelijk is..

We hebben te weinig huizen
Mijn schoonouders zijn vlak na de oorlog verhuisd van Amsterdam naar Twente. In Amsterdam moest je inwonen op een zolderkamertje bij een ander die al een woning had en dat kon alleen als je geen kinderen had. Dus hun kinderwens betekende dat ze tweehonderd kilometer verderop een huis moesten zoeken.

In de jaren zestig waren de krakersbewegingen in Amsterdam druk bezig om voor zichzelf woonruimte te creëren. Ook toen stonden veel huizen leeg omdat het beleggingsobjecten waren. Luister maar eens naar Woningnood van Boudewijn de Groot uit 1966.

Toen wij in de jaren zeventig woonruimte zochten was er nog steeds niks te vinden. Woningbouwverenigingen hadden wachtlijsten van een jaar of tien. Kopen kon ook niet want de hypotheekrente was echt torenhoog. Op het hoogste punt tikte het 12% aan (TWAALF procent rente houdt in dat je na acht jaar net zoveel hypotheekrente betaald hebt als het huis gekost heeft). Merk op dat je in die tijd wel eerst 30% van de koopsom gespaard moest hebben voordat een bank je een hypotheek wilde verstrekken.

Nu klagen de starters op de woningmarkt dat ze geen kans maken op een woning. Join the club, zou ik zeggen. Niks nieuws onder de zon. Als je ze vraagt hoeveel ze al gespaard hebben dan kijken ze je aan met een paar lege ogen. Sparen is immers niet meer van deze tijd. Blijft het probleem bestaan dat er geen starterswoningen zijn.

Sinds 1945 zijn we dus niet in staat geweest om de woningmarkt zo in te richten dat starters niet al te moeilijk moeten doen om woonruimte te bemachtigen. Dat klinkt als een collectieve miskleun.

Verkeersveiligheid
We veroorzaken nog steeds te veel verkeersdoden. De laatste mode is dat onze bermen niet veilig zijn onder andere omdat er bomen staan. Foei toch. Ook zijn er pogingen om de snelheid binnen de bebouwde kom terug te brengen van 50 kilometer per uur naar 30. Volgens mij helpt dat wel maar niet genoeg. De veiligste snelheid voor verkeer is echt 0 km/uur. Het aantal verkeersdoden op de snelweg ging niet of nauwelijks omlaag na de snelheidsverlaging van 130 km/uur naar 100 km/uur. Het lijkt erop dat we aan de verkeerde wieltjes draaien om de ongeveer 700 verkeersdoden per jaar terug te brengen naar 0.

Ondertussen zitten nog steeds veel mensen met een telefoon in hun hand achter het stuur te Whatsapp’en. Dus het lijkt erop dat mensen zich (te?) veilig voelen bij lage snelheden en dus vertier zoeken.

Wij reden in de jaren tachtig met 3 kinderen los achterin de auto naar opa en oma met snelheden van rond de 170 km/uur. Maar dan was je alleen bezig met autorijden en verder niks.
Dat was wel in een tijd dat we 3000 verkeersdoden per jaar te betreuren hadden. Het is een wonder dat dat allemaal goed gegaan is toendertijd.

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *