Stad als Eindhoven heeft behoefte aan hoge torens?

Er wordt volop gepraat over hoogbouw in Eindhoven. Inmiddels weten we, dat er van dit fenomeen altijd een vaste kern ‘voorstanders’ is. Dat zijn naast urban freaks vaak ook ‘progressieven’ die vanuit een bepaalde futuristische georiënteerde kijk de ontwikkeling van de stad het liefst volledig opblazen naar buitenproportionele hoogte: ‘hoogstedelijk’ wordt de cluster aan te ontwikkelen woontorens genoemd. Dat is jammer, want juist de gestage ontwikkeling en koestering van laagbouw heeft Eindhoven de identiteit gegeven waar we met zijn allen zo trots op zijn.

En nee, niet alle nieuwbouw – zowel hoogbouw als laagbouw – is een goede ontwikkeling geweest, maar dat zat hem meestal niet in de ontwikkeling an sich, maar in de positionering, de uitwerking en het materiaalgebruik van deze gebouwen.

Een veel gehoord argument bij binnenstedelijke ontwikkeling is dat de stad iconen nodig heeft. Hoge gebouwen die voor iedere potentieel toekomstige Eindhovenaar een thuis moeten gaan bieden. Dat zijn namelijk de échte Eindhovenaren: die mensen die er juist niet geboren en getogen zijn want de stad moet groeien, aldus Jorritsma, Torunoglu en de jongens en meiden van EhvXL voor wie het vertrouwde van het bestaande Eindhoven geen te koesteren waarde heeft. De binnenstad met het open en luchtige karakter biedt een gouden kans om juist níet de hoogte in te gaan. Hoe kun je als stad je eigen ‘smoel’ ontwikkelen als je je door hoogcouwboys laat verleiden te verworden tot Rotterdam of de Amsterdamse Zuidas? En dat ook nog onder de noemer dat je dat doet voor iedereen van overal, want in de ogen van hoogbouwfans is iedere wereldbewoner een échte Eindhovenaar. Met die definitie staan de mensen met een Eindhovense stadspas (en een afwijkende mening) in ieder geval al buitenspel. Makkelijk is dat wel, maar of het recht doet aan de inwoners van onze stad is zeer de vraag.

Ongefundeerde sentimenten

Het lijkt erop dat het hier gaat om gevoelens van mensen die ergens anders over gaan dan enkel een discussie over hoogbouw in de stad. Het is jammer dat ongefundeerde sentimenten dan vaak aan het licht komen en niet de inhoudelijke discussie de boventoon voert. Neem nu het Stadhuisplein als voorbeeld. Door Winy Maas – architect (geen stedenbouwkundige) en door de gemeente Eindhoven aangetrokken als supervisor – gebombardeerd tot nieuwe hoogbouw-hotspot. Een toren van maar liefst 160 meter hoog zou er moeten verschijnen. Ja, dat leidt voor sommigen waarschijnlijk tot een euforisch gevoel. Direct worden er positieve standpunten over hoogtes ingenomen, zonder ook maar even buiten het eigen sentiment te denken. Een gefundeerde discussie wordt dus niet gevoerd. Namelijk dat het huidige Stadhuisplein een bewust gekozen open en publieke ruimte is. En dat juist een hoogbouwensemble rondom dit plein, hoe passend bij het canvas van de stad ook, een enorme dreun uitdeelt aan het karakter én de functie van dit plein.

Historische bebouwing onbelangrijk

Hoogbouw nabij historische laagbouw wordt door voorstanders van hoge torens vaker bestempeld als ‘van meerwaarde’. Het contrast, mits goed afgestemd, voegt iets toe. Als liefhebber van de Eindhovense historie weet ik maar al te goed hoe belangrijk de nog schaars aanwezige historische bebouwing is voor de beleving van de stad. Echter, als het om nieuwbouw gaat juich ik dat bejubelde contrast juist niet toe. Een voorbeeld is het nieuwbouwproject District E dat van het Centraal Station straks een overdekt stelletje modelspoorperronnetjes maakt. Op papier is een hoogte van meer dan 150 meter, mits doordacht uitgevoerd, prima te verkopen. Maar wie bij Houwens Vlaai naar buiten loopt en tegen het Student Hotel op kijkt, moet dat gebouw nog maar eens verdubbelen voor juiste ‘contrast’. Gelukkig is de iconische hotelhoogte van 76 meter nauwelijks storend doordat het de laagbouw van het station benadrukt. Althans, zoiets maakt Winy Maas ervan of een andere pleitbezorger van hoge torens. In de praktijk loop je je als individu verloren in een steeds hoger wordend ensemble van glas, beton en wat plantenbakken op plintniveau, mits doordacht bruisend en uit de wind. Waarom voorstanders van meer hoge gebouwen prediken dat het contrast ten opzichte van laagbouw juist zou bijdragen aan de beleving en de herkenbaarheid van de geschiedenis van de stad is een raadsel. Alsof het voormalige lichttorentje van Philips beter tot zijn recht komt door er een ‘icoon’ naast te laten verrijzen die de lichttoren uit het zicht neemt.

Uitstel hoogbouwvisie

Het was voor veel hoogbouwvoorstanders even slikken toen de publicatie van de nieuwe hoogbouwvisie werd uitgesteld. Er zou kritiek zijn gekomen op de aangewezen XXL- en XL-locaties. Dat zijn locaties waar hoogbouw tot respectievelijk 160 meter en 105 meter hoog gebouwd mag worden. Het liefst had men die kritiek van tafel geveegd want twintig jaar geleden was toch immers al ‘ja’ gezegd tegen hoogbouw in de oude binnenstad – zoals de Regent, de Admirant en de Vestedatoren. Een vreemde redenering aangezien we allemaal weten hoe zeer we wegwaaien ten faveure van onze weliswaar bescheiden skyline. Ook binnen de club van hoogbouwvrinden zijn de meningen verdeeld ten aanzien van voor- en nadelen van de aangehaalde succesnummers. De Admirant staat dan wel pal naast het grootste historische laagbouwicoon van de stad; het oude Philipsfabriekje. Maar in het direct omliggende gebied vertoeft niemand lang voor zijn of haar plezier, al was het maar vanwege het opgesloten gevoel, het gebrek aan zon en de karakteristieke hoogbouwbries. Volgens mij is er niemand die zich daar niet aan stoort. Het voorkomt niet dat de Emmasingel misschien wel de meest gefotografeerde plek van Eindhoven is aangezien hier zowel de Blob als de Lichttoren prachtig in één vlak te vangen zijn: twee iconen ondanks een bescheiden hoogte. Het bouwproject District-E kent daarentegen overwegend negatieve reacties, althans bij mensen die bij ‘binnenstad’ denken aan de Rechtestraat, de Vrijstraat en de Hermanus Boexstraat. Dus de koers die nu met District E is ingezet, is het gevolg van (politiek) opportunisme en een op hol geslagen woningmarkt waarin niet de woningnood maar het rendement voor de ontwikkelaars voorop staat.

Hoogbouw is en blijft een kenmerkende bouwlaag in Eindhoven. Maar wat we als hoogbouw betitelden blijkt niet goed genoeg. De bekendste gebouwen van de stad (Lichttoren, Witte Dame, Bruine Heer) stonden ooit in schril contrast met de historische laagbouw. Nu worden deze gebouwen gewaardeerd omdat zij zich onderscheiden en toch is het niet hoog genoeg. De nieuwe hoge woontorens voor de happy few zal het niet anders vergaan. Zodra de 160 meter is bereikt moeten we naar 190 of 230 of 400 meter. En dat allemaal vanwege het ‘gefundeerde’ gedachtegoed dat Eindhoven behoefte heeft aan iconen. En een icoon is nu eenmaal hoog.

We zijn het aan onze stad verplicht om nieuwe iconen toe te voegen en bestaande lagen anders te ontwikkelen. Niet alleen omdat betaalbare woonruimte nodig is, maar ook omdat de Eindhovense burger én de binnenstad dit verdient. Een stad ontwikkelen kan ook zonder absurd de hoogte in te stapelen. Zolang de discussie gevoerd wordt op basis van inhoudelijke argumenten heb ik het vertrouwen dat het goed komt. Het wachten is op de inhoudelijke argumenten.

4 comments

  • Rien Valk

    Helemaal eens, zeker als je deze opmerking:
    “Ik kan door een paar woorden te veranderen in dit artikel dezelfde argumenten gebruiken voor een totaal andere strekking. Dat zegt iets over het artikel” van Michel bij een van zijn reacties in gedachten houd. Dan doet het me denken aan de “pers” berichten van de jongens en meisjes van EhvXL. 🙂

    Wat is dat toch die ongefundeerde behoefte aan hoogbouw? Is onze stad er zoveel mooier op geworden door die rondgestrooide staken of frietjes zonder enige echte samenhang zoals, de Admirant, Regent, Onyx, en Lichthoven om het over Porthos bij het woensels winkelcentrum nog maar niet te hebben. De Vesteda toren springt er qua vorm positief tussen uit maar ook hier staat die tochtig en enigszins verloren tussen de rest.

    In dat opzicht kunnen al die hoogbouw liefhebbers een voorbeeld nemen aan het Parijse La Défense, waar de hoogbouw min of meer organisch gegroeid is rondom La Grande Arche. Zonder de laagbouw, die zichtbaar is in de voorgrond, te verstoren.

    La Défense from the Arc de Triomphe, 4 May 2011

    Ik mag toch hopen dat ons Eindhovens centrum bespaart blijft van een zoiets dergelijks omdat er geen ruimte meer is voor een echt passende organische groei. Zeker als je onze geschiedenis van de laatste honderd jaar in gedachten neemt waarin het kleine Eindhoven samengevoegd werd met de omliggende dorpen. Waar je op 2,18 km vanaf de markt waar ons oude stadhuis vlakbij stond nog een kleine zandverstuiving kunt aantreffen achter het Lorenz Casimir Lyceum! In welke wereldstad vind je dat nog? Nee we hebben echt geen “rondgestrooide” hoge iconen nodig binnen die oude Eindhovense grenzen.

    Strijp S of het Tu/e terrein zou daar beter voor geschikt zijn, toch?

    • Bob

      Rien, het is precies dát wat ik heb gedaan. De bron was een opiniestuk van één van de grondleggers van EHVXL, Robert de Greef, in het Eindhovens Dagblad. De bril die ik opzette bij het herschrijven van dat opiniestuk komt van Michel Middendorp, die een stuk van Middenweg ontkrachtte met de door jou geciteerde zin. De Greef lijkt een lans te breken voor het voeren van een discussie op basis van feiten en niet op sentimenten of persoonlijke voorkeuren. Juist dat gebeurt wel, zeker door EHVXL, om te beginnen met het eerste opiniestuk in de krant. De veelzeggende titel: ‘Stad als Eindhoven heeft behoefte aan iconen’ is alles behalve feitelijk. Ik moet steeds denken aan twee Eindhovense muziekhelden van weleer: Armand, die nog net niet bezong dat ie te min was omdat ‘je pa in een hogere flat woont dan de mijne’ en aan Peter Koelewijn, wiens megahit nooit verder was gekomen dan de intro omdat ze ‘m boven op het dak van District E nooit hadden gehoord. Voor een feitelijke vermindering van de woningnood in Eindhoven biedt de hoogte niet de noodzakelijke lucht. Ook niet als er op de onderste lagen sociale woningbouw plaatsvindt. En ik zal het beslist verkeerd zien, maar mij lijkt het belangrijk dat we woningen bouwen met een smoel, maar primair aansluitend bij de heersende woningbehoefte onder Eindhovenaren en hun kinderen. Maar dat is voor EHVXL, de bouwlobby, Winy Maas, burgemeester en woningwethouder te min.

      Wie het ‘feitelijke’ relaas van Robert de Greef nog eens wil teruglezen kan dat alhier:

      https://www.ed.nl/opinie/stad-als-eindhoven-heeft-behoefte-aan-iconen~a053af96/

  • BreugelJaap

    Door een reeks opeenvolgende te verwachten crises kan het met de monsterlijke toren van Winy Maas ongeveer net zo gaan als met de Sint Lievensmonstertoren van Zierikzee.

    In de veertiende en vijftiende eeuw stroomde de rivier de Schelde in de eerste plaats naar zee via de monding van de Oosterschelde. Zierikzee was daar een welvarende havenstad. Bij de prachtige, gotische Sint Lievensmonsterkerk moest een toren komen die iets groter zou worden dan die van de kathedraal van Antwerpen, namelijk 130 meter. Begonnen werd in 1454, maar door de verlegging van het economisch zwaartepunt naar de Westerschelde in de loop van de zestiende eeuw ontbraken na 1510 de middelen om de toren verder af te bouwen. De toren is nooit hoger geworden dan 62 meter, tot de eerste omloop.

    De gotische kerk is in de negentiende eeuw afgebrand. De toren is blijven staan en is in 1957-1972 gerestaureerd. Het is een prachtig, iconisch bouwwerk.

    Maar de monsterlijke toren van Winy Maas zal waarschijnlijk geen 4 eeuwen overleven. Dat is een nepicoon.

    Zie:
    http://www.zierikzee-monumentenstad.nl/sint-lievensmonstertoren

  • middenweg

    Goed stuk. Zo zie ik het ook. Dat Eindhoven nieuwe iconen kan gebruiken, daar zullen meer mensen erover eens zijn. Het probleem is vooral dat de focus teveel op de binnenstad ligt.

    Ruimte genoeg daarbuiten. Op Strijp S bijv. wordt er juist vrij behoudend gebouwd. Daar mag nog wel iets bijzonders bij.

    Wat betreft het Stadhuisplein. De invloed van wind en zon is inderdaad belangrijk. Wil je daar een levendiger plein van maken, waar mensen graag op een terras gaan zitten, dan moet je er geen enorme torens omheen gaan zetten, zodat je er de hele dag in de schaduw zit. Nog los van het overheersen van iconen als de Catharinakerk of Stratumseind.

    Dit geldt in mindere mate ook voor District E. Doordat de hoge toren is verplaatst zal het Stationsplein nu wat prettiger zijn dan in eerste instantie. Maar het blijft allemaal nogal krap opgezet. Het monumentale station, ook een van Eindhovens iconen zal bijna niet meer te zien zijn straks.

    Overigens, een stad is veel meer dan alleen iconen. Het hoeven niet allemaal enorm opvallende bouwwerken te zijn. Wat nu in is, is straks weer uit. Ik zie liever dat men in de binnenstad vooral bouwt passend bij de bestaande omgeving.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *