Waar blijven de Eindhovenaartjes?

Heel raar misschien, maar ik vraag het me gewoon al een hele tijd af: waar laten we de jonge Eindhovenaartjes in 2030? We vernemen dat de beleidsmakers willen verdichten en dat in onze binnenstad elke vierkante meter opgehoogd kan worden (of groene implantaten krijgen kan). Maar waar we in de toekomst gezinnen onderbrengen, dat beschrijft niemand. Hoe zit het nou met het hart van onze stad? En wat doen we met de rest?

Fastgoed
Eindhoven denkt na over de binnenstad. Niet raar ook, want als winkelgebied loopt het centrum al jaren leeg en bruisend is het er zelden. Even leek het het epicentrum van de Brainportregio een heuse vibe te ontwikkelen door zich te ontpoppen tot een permanent fastfoodfestival. Weet u het nog? Juichend kopte het Eindhovens Dagblad de ene dag over Papa John’s om in de volgende editie de opening van Happy Italy te melden. Vette reuring was een feit, met de nadruk op vet. Het stadsgrazen werd dé strohalm voor het stervende stadshart. Sinds we van de carnaval in de corona raakten is dat ‘even’ voorbij: minder expats, minder door Eindhoven365 betaalde influencers, minder DDW en een heul klein mini-Maker Faire.

Rotterdamse skyline? Amsterdamse eyeline!

Leven in de brouwerij
Toch is reuring, zeg maar ‘gedoe’, in de binnenstad wat we nodig hebben. Daarom wil het stadsbestuur verdichten en vroeg het een aantal projectontwikkelaars zoveel mogelijk appartementjes te stapelen. Het resultaat is een reuze uiteenlopend palet aan gestapelde mini-woninkjes met een groots uitzicht, vooral met een blik op andere gestapelde en veelal peperdure woonpostzegels. En met uitzicht op de dooie toestand er omheen waar veel Eindhovenaren desondanks iets van hun leven maken. 

Bouwnoodzaak
Eindhoven deed een aantal jaren terug iets slims of, om in de stadsmarketing-taal te blijven: smart. Het toenmalige college van burgemeester en wethouders een oplossing voor de tekorten van gemeentelijke voorzieningen: extra inkomsten genereren. Een logisch verhaal aldus de ‘gekozen’ burgemeester Rob van Gijzel. Tekorten verdwijnen dan als blauwe lucht achter een wolkenkrabber. Twee paden zagen het licht: het Brainportenvelopje en het zo hard mogelijk uitschreeuwen van een groeinoodzaak en dus een bouwnoodzaak. Want meer inwoners betekent hogere gemeentelijke uitgaven. Het eerste is gelukt. Het geld klotst tegen de plint, alleen bepaalt niet de gemeenteraad maar Brainport tegen welke plint. Het tweede laten we over aan de commerciële stapelaars want zélf vastgoed realiseren is lastig. Bovendien moet het geld opleveren en niet kosten.

Woningbehoefte
Wie werkzame architecten of stedenbouwkundigen bevraagt, ziet een duidelijke trend naar kleiner wonen. Dezelfde beroepsbeoefenaars in de nadagen van hun carrière kunnen dat visioen vaak niet volgen. Noemen het gemakzucht. Een tuin is overbodig; een plant aan een 100 meter hoge buitenwand volstaat. Dat fenomeen staat haaks op de behoefte van gezinnen. En toch komen diezelfde gezinnen straks in die kleine stads-appartementen terecht. De 20 tot 30 procent betaalbare hokjes van nog geen 150 vierkante meter worden straks het ‘thuis’ van de gescheiden jonge vader of moeder met twee kinderen.

Voor een gezin met meer dan drie personen wordt het helemaal behelpen. Maakt niet uit, denken de ontwikkelaars en hun huidige opdrachtgever: ‘We hebben er toch maar mooi een paar duizend woningen bijgebouwd!’. Voor wie dan wél? Voor de yup? Voor de kindloze tweeverdieners die de huur of hypotheek enkel samen kunnen opbrengen? Of gewoon voor alle mensen die een woning zoeken die de gemeente Eindhoven de aankomende 10 jaar simpelweg niet realiseert. “Zie je wel!”, zullen de mensen in de hoogbouwbubbel roepen: “De massieve woontorens voorzien echt wel in een behoefte!” terwijl de Eindhovenaren in 2030 feitelijk geen keus hebben als onze stad nu net doet alsof er geen keuze is. We bouwen zelfs in de loop van de Dommel: “Jammer dan!”

Plannen
In de zonovergoten sfeerimpressies en schetsen mag dan sprake zijn van een goed ingerichte openbare ruimte en een opperbest voorzieningenniveau. Maar aan die schetsen kunnen geen rechten worden ontleend noch mogen ze als uitgangspunt voor de discussie worden gehanteerd want er is consensus tussen gemeente en projectontwikkelaars dat de daadwerkelijke realisatie gaat volgens de regels van co-creatie en middels een on-going, fluide proces. Dat komt erop neer dat het enige wat de schets en de realiteit gemeen hebben is dat de zon bij hoogbouw altijd schijnt. En dat er in vrijwel elke artist impression wel een kind in de buurt van een flat is terug te vinden. Maar over kinderen en hun gezinnen wordt in de plannen van de gemeente en de opdrachtnemers met geen woord geschreven. Dat getuigt van ‘doodontwikkeling’ van onze stad: voor gezinnen loopt de weg naar een betaalbare woning ook in 2030 nog steeds dood. Het vooruitzicht van een autoluwe binnenstad is niet hetzelfde als nadenken over gezinnen in het algemeen en kinderen in het bijzonder.

Gezinnen in hoge torens
Ik kan het me maar moeilijk voorstellen: gezinnen in de lagere lagen van bijvoorbeeld District E. Zo’n beetje daar waar we vroeger een VVV-kantoortje aan het Stationsplein hadden en de gif-treinen voorlopig nog vrolijk achterlangs kadansen. De gebroken gezinnen in het lage gedeelte omdat in die woonlagen de sociale huurwoningen zullen worden ingepland. Het gaat dan om bewoners met een overeenkomstige inkomenspositie want daar gaat strikt op toegezien worden, althans de eerste paar jaar. “Ga maar naar je kamer!”, wordt lastig aangezien het hele appartement min of meer één kamer beslaat.

Of moeten we kijken naar hun vermogende tegenhangers: ouders met een grote bestedingsruimte en meer oog voor een koopappartement. Terwijl ik dit schrijft staan in de Regent drie koopappartementen te koop met respectievelijk 92, 93 en 94 vierkante meter woonoppervlak. De prijs: 350.000 tot 400.000 euro (kosten koper), aldus NVM-website Funda. Als ouders al zouden kiezen voor een dergelijke woonspot, dan is een nabijgelegen school en een veilige buitenspeelruimte de volgende hobbel. Al geloof ik best dat prins Jorritsma d’n Twidde of Derde met harde hand het Stationsplein schoon zal laten vegen opdat de cokedealertjes met hun huurscooters wegvluchten naar KnoopXL. Ga eens kijken bij de Regent, de Admirant en de Vesteda-toren: kansloze kinderspeelplekken. De massaliteit brengt niet automatische kwaliteit.

Mooi uitzicht
Natuurlijk maakt een prachtig uitzicht veel goed, maar een gebrek aan ruimte zowel binnen als buiten sluit niet aan bij wat gezinnen zoeken. De constructie van een extra hoge woontoren maakt ook dat flexibiliteit binnen de woonruimte nihil is. Ik bedoel: je kunt de 95 vierkante meter maar zeer beperkt ombouwen naar eigen wens of inzicht omdat zo’n appartementje nu eenmaal begrensd wordt door de onmogelijkheden die een superhoge structuur biedt. Het is ook daarom dat moderne hoogbouwwoninkjes hogere plafonds hebben, zodat je nog een gevoel van ruimte hebt.

Verticale straat
Het idee van een verticale straat wordt door voorvechters van wooniconen steevast genoemd als alternatief voor wat in een wijk met grondgebonden woningen zo vaak te zien is: nabuurschap oftewel ‘met elkaar omgaan als buren’. Hoe het eruit ziet met hier en daar een plukje kinderen in een hoge woontoren weet ik niet, al is er de video-impressie van hoogbouwcluster KnoopXL (fluïde en ongoing, maar dat terzijde). In de praktijk beperkt zich het contact tussen gezinnen in serieus hoge woontorens tot het af en toe op elkaars kinderen te passen.  Misschien dat meer ook niet nodig is aangezien veel kinderen uit de onbetaalbare stad elkaar treffen op de gemeentelijke Internationale Sponsorschool Eindhoven (ISE).

Mismatch
Ik kan niet anders dan me verwonderen over de gigantische mismatch tussen de uitgangspunten van enerzijds (de ambtenaren van) wethouder Torunoglu en anderzijds de behoefte van Eindhovense gezinnen. Door het Eindhovens groeiperspectief eenzijdig te koppelen aan het selecte groepje tweeverdieners, welgestelde eenlingen of ouderen, gaat de wethouder volledig voorbij aan de gezinnen terwijl dat toch de wortels van de stad van overmorgen zijn. Wie zoekt naar een visiestuk over noemenswaardige alternatieven of aanvullende plannen op dat vlak hoort, in het beschermde groen, enkel krekels tjirpen tussen het ruisen van de wind door.

Geloof
Michel Theeuwen schreef in het Eindhovens Dagblad dat de keuze voor of tegen hoogbouw ook een kwestie zou zijn van geloof. Ik verschil daarin met hem van mening. Het is niet het geloof in de hoogbouw, het is de onzorgvuldigheid, de haast en de ongekende omvang waarmee deze groeistuip in gang is gezet.

Je zou denken dat de uiteindelijke keuzes gebaseerd zijn op het uitwisselen van uitgangspunten en doelen die je met elkaar zoekt, beschrijft en vastlegt. Pas daarna ga je zoeken naar projectontwikkelaars en maak je de nodige afspraken. In het Eindhoven van nu liggen de bouwtekeningen en contracten al getekend klaar en moet het ‘alleen nog even door de raad geloodst worden’. Maar dan wel rap, anders treden boeteclausules in werking of is de klus niet meer voor het overeengekomen bedrag te klaren. Daarmee is de stad een speelbal geworden van projectontwikkelaars en een charismatisch artistiek leider. Het laat onverlet dat er eigenlijk al geen weg terug is. Dat zou mij worst wezen als ik mijn brood zou verdienen aan de nieuwe ontwikkelingen. En dus is het voor velen worst wat de pot schaft.

Struikelen over de Plint 
Wat wel een factor is die alles met geloof te maken heeft, is het zogenaamde ‘levendige’ karakter van de plint. Als er één facet is dat bij de evaluatie van reeds  gerealiseerde hoogbouw vrijwel nooit blijkt lukken, dan is het wel een ‘levendige plint’. Het gaat dan om het onderste deel van een hoge woonkolos die bij de eerste presentatie van nieuwe plannen door iedere gemeente als voorwaarde wordt genoemd. Op het maaiveld moet het namelijk acceptabel zijn. Na de ‘kick-off’ verandert de levendige plint van voorwaarde in een aanname om uiteindelijk te metamorfoseren in een vanzelfsprekendheid. Dat duurt een paar jaar, namelijk totdat het gebouw er staat en blijkt dat er bitter weinig terecht komt van de ‘inclusieve hotspot voor iedereen’ uit de schets van het ooit zo woest aantrekkelijk gebouw uit de folder. Wie ruzie wil met hoogbouwfans moet voor hen een dagje Rotterdam organiseren met louter bezoekjes aan plinten die op de tekentafel zo ‘levendig’ waren dat je zwoer het te kunnen ruiken.

Toekomstige inwoners
Tijdens de inspraakavond die op 22 september jl. plaatsvond werd door drie leden van EHVXL positief gesproken over de voorgelegde visie. Eén betoog had ook oog voor  een vergeten groep, een grote groep Eindhovenaren zelfs die nu niet de gelegenheid zou hebben gehad om zich te laten horen over het gepresenteerde visiestuk. Naar eigen zeggen werd gedoeld op “…een groot deel van de toekomstige bewoners van de nieuwe woningen.” Het moeten dan wel die toekomstige bewoners zijn zonder ukkies want daarvoor is ook bij EHVXL geen plaats. EHVXL is dan ook niet opgericht als belangenpartij voor toekomstige inwoners en primair evenmin vanwege stadsontwikkeling in het algemeen. ‘Hoogbouw soll sein‘ is het credo van de Eindhovense chapter van de fanclub van  Winy Maas.

WC-Eend XL

De stad zijn de mensen
Ik denk met weemoed terug aan een bijeenkomst bij Fontys Hogescholen waar naast Cees Jan ‘King of the Verdichting’ Pen ook Caroline Schipper aan het woord kwam. Deze oud-directeur van Lunet Zorg staat tegenwoordig aan het hoofd van ‘Social Studies’ bij Fontys Hogescholen. Zij betoogde dat de stad vooral de mensen zijn. En dat juist heel kleine en eenvoudige initiatieven van enorme waarde zijn voor het allerbelangrijkste in een stad: dat je je er als inwoner thuis voelt. Schipper maakte zich zorgen om de nadruk op de fysieke stadsbouw terwijl we juist veel meer werk moeten maken van de sociale constructie van een stad: “De zachte kant”. En die zachte kant is moeilijker tot bloei te brengen in ‘verticale straten’.

Misschien dat Pen, lector ‘Ondernemende Regio’ ook daarom zelf niet in een Einhovens woonpotlood woont maar in een grondgebonden woning (tuintje weet u wel). Gezinnetje, weet u wel… hadden we vroeger in Eindhoven ook.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *