Bertje

Een klein kereltje erbij, in een toch al niet te klein gezin. Zijn geboortedag, bijna 78 jaar geleden, viel in de oorlog. Maar de vreugde om de boreling was er niet minder om. De vader van Gods kleine wonder dronk er een borreltje op en mijnheer Pastoor sloeg bij het goede nieuws de handen dankbaar ineen. Bertje, was in niets een bijzonder kind. Geen gouden lepel, geen oogverblindend mooie baby, al had hij waarschijnlijk wel gezonde longen. Belangrijker dan al het andere: hij was welkom.

Bertje groeide op in het kleine Aarle-Rixtel, een landelijk gelegen dorp omringd door boerderijen met hun uitgestrekte gronden. Als je de goede kant op liep, alsof je tussen Lieshout en Beek en Donk probeerde te wandelen belandde je bij het kanaal. Het was een eeuwigheid geleden gegraven en ook Bertje’s voorvaderen hadden aan deze kaarsrechte waterader een schamele boterham verdiend. De vuile en kapotte handen namen ze voor lief, iets wat ook generaties later nog gold.

Bertje bleek op school aardig te kunnen leren, maar geld om lang naar school te gaan was er niet. Met een inkomen als schoenmaker moest Pa de monden voeden van zeven nakomelingen. Daarin slaagde hij, met hulp van zijn vrouw én met de verzachtende werking van een borreltje. Bij Bertje thuis was het eenvoudig en sober. De enige luxe was de gezelligheid van een groot Brabants gezin. Die luxe was bij Bert thuis nooit ver weg. Bert genoot ervan, zeker toen hij rond zijn vijftiende al vlug volwassen moest worden bij de lokale textielfabriek. Hij keek zijn ogen uit toen hij voor het eerst de hal binnenliep en daarmee de wereld die hem meer dan 45 jaar zou omringen.

Met de vezels van het textiel eenmaal in zijn bloed begon een traject van cursussen, opleidingen en een constant aanpassen aan de vernieuwingen die de naoorlogse textielindustrie zo karakteriseerde. De garens waarvan de stoffen werden geweven waren steeds minder vaak van natuurlijke herkomst. De synthetisch en half-synthetisch spinrag deden hun intrede en stof was er altijd en overal. De jaren ’60 dienden zich aan en dat gold ook voor de liefde.

Bert leerde Nellie kennen, een klein wondertje aangezien Nellie nou niet bepaald om de hoek woonde. Het Limburgs meiske kwam uit Reuver en om elkaar te ontmoeten moest Bert met zijn knetterende tweetakt bromfiets van Aarle-Rixtel naar de andere kant van de Maas én terug. Blijven slapen was er ondanks de invloed van de moderne beatmuziek niet bij en zeker niet in het katholieke zuiden. Het weerhield Bert er niet van om met Nellie te trouwen. Ze kreeg niet alleen Bert, maar ook een warm Brabants welkom van Bert’s familieleden. Een warm bad en een ongeëvenaarde gezelligheid als er eens in de zoveel, of liever zo weinig, tijd weer eens sprake was van de zoete inval.

De eenvoud die voor Bert zo vanzelfsprekend was geweest, kenmerkte ook het eerste huisje waar het verse paar woonde. Een oud en versleten onderkomen wat niet bepaald tochtvrij was. In de winter was ]stoken bepaald geen ‘simpele draai aan de thermostaat’, om maar te zwijgen over het hele huis. Een simpel kacheltje en een klein beetje behaaglijkheid in de woonkamer of keuken, daarmee was het wel gezegd. Bert en Nellie kregen uiteindelijk de mogelijkheid te verhuizen naar een serieuze eengezinswoning. De huur kon Bert betalen van het salaris van Bert dat hij wist aan te vullen door in ploegendiensten te werken.

Twee kinderen groeiden er op, een zoon en een dochter. Bert genoot ervan. Ze hadden een zorgzame mamma die, zoals de meeste moeders in de jaren zeventig, vooral thuis te vinden was. Zo’n mamma zoals alleen moeders dat kunnen. Tussen de middag een boterhammetje en de vraag hoe of het was op school. En als het vakantie was, dan werd dat wel gevierd maar niet door ver weg te gaan. Een dagje Zandvoort, dát was een dagje vakantie. Of alleen vader en zoon: samen vissen aan het kanaal. Of naar een zus van Bert in Valkenburg, heerlijk. Goed, dat kon ook weleens anders uitpakken omdat Bert had aangeboden mee te klussen bij een verbouwing, maar toch! 

Alles veranderde toen in 1983 een noodlottig ongeval een einde maakte aan het jonge leven van de oudste van hun twee kinderen. Het gezin moest vanaf dat moment verder met z’n drietjes, elk met een gehavend hart. Bert’s zonnige gemoed, meestal af te lezen aan het grote aantal grappen die hij thuis en op het werk maakte, verbleekte. Nellie leed in stilte en samen met Bert maakte ze de keuze om er zo min mogelijk aandacht aan te schenken. Er was per slot van rekening nog een dochtertje. Vergeet ook niet dat het begin jaren tachtig nog niet algemeen aanvaard was om echt te rouwen. Bert kreeg de tijd in ieder geval niet, want al snel kwam de vraag vanuit het fabriekskantoor wanneer hij weer kwam werken.

Bert en Nellie maakten er daarna van wat ervan te maken was. Ze voedden hun dochter op zoals in ieder normaal gezin, althans dat is wat dochterlief heeft ervaren. Niet zeuren was het credo; hard werken het devies. Waar Bert vroeger viste met zijn jonge zoon, trok hij nu vaak alleen naartoe. Of met zijn ‘baas’. Thuis was hij een lieve pappa en bij vlagen kwamen de grappen terug. Ook terugkerend waren de gezamenlijke familiebijeenkomsten van Bert’s broers en zussen met hun gezinnen. De neefjes en nichtjes zagen het als normaal, maar pas later kwam het besef hoe niet vanzelfsprekend het was. Er was meer verdriet dan alleen in Bertje’s gezin. Zijn zoon was niet de enige die opeens ontbrak. Het verdriet was er, al werd er niet veel over gepraat. Doorgaan, een borreltje en de schouders eronder…

Dochterlief vloog begin jaren negentig uit. Jong was ze toen ze ging samenwonen en binnen een mum van tijd werd er getrouwd. Nellie en Bertje bleven achter in huis waarin ze inmiddels stevig waren geworteld en wat bescherming had geboden tegen een buitenwereld die soms zo moeilijk te begrijpen was. Niet lang hoefde Nellie en Bert te wachten tot ze nieuw leven in de armen geworpen kregen. Hun eerste kleinzoon werd geboren en droeg de naam van zijn oom die er niet meer was. Nog twee kleinkinderen zagen het levenslicht. Het leven werd er voor opa en oma weer wat zonniger door, wat hielden ze zielsveel van het gespuis! Het hoefde niet te blijken uit dure cadeaus of luxe reisjes, de liefde was er gewoon. Vissen met opa bijvoorbeeld of een nachtje blijven slapen en verwend worden. Nellie en Bert genoten er misschien nog wel meer van dan de drie jonkies.

Elf jaar geleden werd Bert ziek. Of eigenlijk al eerder, maar zoals dat gaat bij mensen die niet piepen en niet zeuren: het zou vanzelf weer overgaan, het is tenslotte ook vanzelf gekomen. Maar de problemen met slikken verdwenen niet, ze werden erger. Pas toen zijn dochter hem dwong naar de huisarts te gaan, ze had de afspraak al gemaakt, bleek hoe ernstig het was. Na het ziekenhuis in Helmond volgde Maastricht alwaar een specialist Bert’s leven redde. Het kostte Bert zijn strottenhoofd en moest opnieuw leren praten. Dat lukte hem wonderbaarlijk snel en al was ie minder goed verstaanbaar, hij dééd het gewoon. De oorzaak was volgens velen het kenmerkende buideltje met vloei; karakteristiek voor Bertje. Maar omdat opa Bert inmiddels was gestopt met werken, kon hij tijd besteden aan de analyse van een eventuele andere oorzaak: de weekmakers in de garen die in de weverij tot stoffen werden geweven. Bij een rondgang langs een aantal weverijen, of liever bij het opzoeken van mensen die op dezelfde posten hadden gewerkt als hijzelf, bleek dat minstens 5 collega-textielarbeiders dezelfde kwaal hadden ontwikkeld. Meerdere kon hij niet meer persoonlijk spreken; die personen waren inmiddels aan hun aandoening overleden. Ook volgens de artsen in Maastricht was het vastgestelde aantal veel te hoog. Bert kon alleen maar dankbaar zijn voor de kans die hij had gekregen om het te overleven. Eén ding heeft hem sindsdien dwarsgezeten: door de spraakplug in zijn hals was het voor de waterrat, hij had natuurlijk leren zwemmen in het kanaal, niet meer mogelijk om écht te zwemmen. De inmiddels ontdekte vakantie naar Turkije verloor daardoor een beetje glans… en verkoeling.

Bert bleef een zus bezoeken, ook toen zij andere keuzes maakte dan menigeen waarderen kon. Het blijft mijn zus en zolang ik er voor haar kan zijn laat ik dat niet na. Stiekem genoot hij er ook van dat ie tijdens deze bezoekjes shagkies kon rollen, want sinds ie gestopt was met roken bleef hij verstoken van dat gefröbel. Dat er een flesje teveel gedronken werd veroordeelde hij niet. We zijn allemaal maar mensen… 

Vier jaar geleden hield voor Bert de glans op toen Nellie ineens onwel werd bij het wachten op de carnavalsoptocht in het Ganzengat. Een niet te behandelen aantasting van de longen sloopte Bertje’s eigen Nellie. Hij moest met lede ogen aanzien hoe in twee maanden tijd alle toekomstdromen verdampten. Al die jaren hadden ze elkaar in balans gehouden, lief en leed gedeeld en gehoopt op nog heel veel tijd samen. Het mocht niet zo zijn. In Bertje’s armen smeekte hij haar om niet te gaan, maar die ene nacht in april bleek het onvermijdelijke niet meer te vermijden. 

Het voorjaar van 2016 ging de lol er vanaf. Niet dat Bert geen grappen meer maakte of niet meer kon lachen, maar de koek was wat hem betreft eigenlijk op. Het borrelglaasje werd steeds vaker gevuld en zijn gezondheid ging gestaag achteruit. Lopen werd steeds moeilijker en van vissen kwam het niet meer. Het leven werd steeds een stukje zwaarder, hoe zeer hij het nog probeerde voor zijn dochter en zijn kleinkinderen. Hij had zijn Nellie zo liefgehad, hij had van het leven zelf gehouden en altijd graag voor iedereen klaargestaan, maar de energie en de wilskracht legden het af tegen de ongehuilde tranen die hij wegnipte met jonge jenever. Bertje is in de nacht van 20 op 21 december zijn zoon en zijn grote Limburgse liefde achterna gereisd.

Terugkijkend op Bert’s leven leek het simpel en eenvoudig, een beeld dat hij ook zelf graag in stand hield. Toch was het een groter Bertje dan zijn naam doet vermoeden. Liefhebben kan niet zonder laveren en de kunst van het liefhebben beheerste hij onopvallend goed. Rust zacht, Bert!

6 comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *