Kanttekeningen bij Jeroen Dijsselbloem als burgemeester van Eindhoven

Eerlijk gezegd, toen ik vernam dat Jeroen Dijsselbloem burgemeester van Eindhoven en voorzitter van de metropoolregio Eindhoven plus de stichting brainport zou worden, maakte ik me in eerste aanleg kwaad. Waarom zou deze zelfverzekerde, ordelijke, doch mensonvriendelijke persoon burgemeester worden van de belangrijkste buurgemeente en van regionale samenwerkingsverbanden van Son en Breugel?

Hij was minister van financiën van Nederland in de periode 2012-2017 en voorzitter van de Eurogroep van de EU van 2013 tot en met 2017. Als minister was hij de initiator van grootscheepse bezuinigingen waardoor vooral mensen met een laag inkomen werden getroffen. Als voorzitter van de Eurogroep dwong hij Griekenland grootscheepse hervormingen af, waardoor mensen met een laag inkomen onder het bestaansminimum kwamen, wat zelfs vroegtijdig overlijden tot gevolg had.
Zijn bezuinigingen op de laagste inkomens waren in strijd met de oorspronkelijke filosofie en beloften van zijn partij, de PvdA. Deze partij werd tijdens zijn ambtsperiode een VVD Lite.
Het gevolg van zijn bezuinigingsbeleid was een decimering van het aantal zetels van de PvdA in de Tweede Kamer. Het merendeel van de aanhangers van de PvdA haakte af. Velen waren van mening dat die partij nooit meer zou moeten regeren.

In tweede aanleg ben ik gaan onderzoeken hoeveel kwaad Jeroen Dijsselbloem als burgemeester kan aanrichten. Daarbij ben ik begonnen om mijn licht op te steken over het burgemeesterschap anno 2022. Ik las een artikel van Wim Derksen over “de Historie van de burgemeester” uit 2014, waarin hij duidelijk uitlegt hoe de functie van burgemeester zich heeft ontwikkeld tot een voorwaardelijk burgemeester:

“Zo hebben we inmiddels een kwetsbaar burgemeestersambt dat veelal vervuld wordt door goed opgeleide lieden die gepokt en gemazeld zijn in de lokale politiek, zij het in een andere gemeente. En hebben we burgemeesters die, afgezien van hun eigen domein van orde en veiligheid, vooral geacht worden zich met het proces bezig te houden en niet met de inhoud. Naar buiten toe hebben ze al lang niet meer het gezag van de burgemeester uit de naoorlogse jaren, terwijl ze wel als hoofd van de gemeente worden gezien die voor alle problemen ter verantwoording kunnen worden geroepen. Voorwaar geen ‘eerste wethouder’ en voorwaar ook geen ‘onafhankelijke voorzitter’. Het is vooral een voorwaardelijke voorzitter. Voor zolang als het duurt.”

De tegenwoordige burgemeester heeft kennelijk 4 taken::

  • technisch voorzitter van de gemeenteraad
  • technisch voorzitter van het college van burgemeester en wethouders
  • hoofd van het domein openbare orde en veiligheid
  • representatie van de gemeente in bepaalde gevallen

De burgemeester heeft geen enkele inhoudelijk leidinggevende taak, behoudens die voor openbare orde en veiligheid. Alle overige inhoudelijk leidinggevende taken berusten bij de wethouders.

Zie verder:
https://www.wimderksen.com/blogs/de-historie-van-de-burgemeester.html

Over Wim Derksen:
https://www.wimderksen.com/over-wim.html

Deze ontwikkeling beperkt het kwaad dat een burgemeester kan aanrichten. Op zich een geruststellende gedachte.

Een essentiële voorwaarde die aan de voorwaardelijke burgemeester Dijsselbloem gesteld moet worden, is dat hij geen enkele uitspraak doet over annexatie van randgemeenten. Dat zou een inhoudelijke uitspraak zijn, die strijdig is met zijn procesmatige rol in de gemeente, de metropoolregio en brainport. Bovendien zijn de metropoolregio en brainport netwerkorganisaties, waarbij de zelfstandigheid een onbetwistbaar uitgangspunt is. Zo’n uitspraak zou direct moeten leiden tot zijn ontslag.

In zijn artikel “Burgemeester Dijsselbloem, bepaal alstublieft uw prioriteiten zelf” heeft Wim voorgesteld dat burgemeester Dijsselbloem zelf de prioriteiten van de gemeente Eindhoven zal gaan bepalen en niet de Nederlandse regering.
Gezien de taakstelling van de burgemeester is dat echter onmogelijk. De prioriteiten dienen bepaald te worden door de wethouders. Stel dat de wethouders het daarover niet eens worden, dan kan de burgemeester proberen de besluitvorming te stimuleren, echter zonder eigen inhoudelijke inbreng voor de prioriteiten. Zo’n actie om de besluitvorming procesmatig vlot te trekken, vereist bijzondere bekwaamheden; daarbij kan de burgemeester zich bewijzen.

Enkele jaren geleden heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie vastgesteld, die de hoofdlijnen van het gemeentebeleid beschrijft. De eerste prioriteit daarin is vooral een aanzienlijke economische groei. Dat vertaalt zich bijvoorbeeld in aantallen inwoners, de bloei van bedrijven en aantallen plus hoogte van woontorens.

Destijds heb ik de omgevingsvisie kritisch beoordeeld op de aandacht voor (1) leefmilieu inclusief klimaat, (2) de kloof tussen rijk/welgesteld en arm, alsmede (3) herstel van de democratie. Naar mijn opvatting zijn die onderwerpen belangrijker dan de economische groei, maar hebben ze in het Eindhoven van de omgevingsvisie geen bijpassende, voldoende effectieve prioriteit.

Het primaat van de economische groei past wel bij Jeroen Dijsselbloem, gezien zijn gedrag in vorige functies. Er is een duidelijke match. Echter, op het gebied van economie heeft hij geen inhoudelijke taak, want die taak behoort bij wethouder Stijn Steenbakkers, een duidelijke, deskundige liefhebber van economische groei.

Er is echter een grote onduidelijkheid over de taken van de Eindhovense burgemeester als voorzitter bij het samenwerkingsverband metropoolregio Eindhoven en de bijbehorende samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisorganisaties in de stichting brainport. De Eindhovense burgemeester lijkt daar meer te zijn dan een technisch voorzitter, wat strijdig is met de huidige taakstelling van een burgemeester. Evenals bij het college van burgemeester zouden een soort wethouders daar de inhoud voor hun rekening behoren te nemen, met een stevige democratische controle door gekozen vertegenwoordigers.

Wethouders komen voor als adviseurs van het dagelijks bestuur van de metropoolregio, bijvoorbeeld Stijn Steenbakkers voor economie en Stef Luijten voor energietransitie. Echter, het verantwoordelijke dagelijks bestuur is duidelijk een onderonsje van burgemeesters. Die wethouders zijn wel betrokken bij allerlei inhoudelijke activiteiten van hun beleidsveld, maar de transparantie en verantwoordelijkheid daarbij is volstrekt zoek.

En hoe zit het dan met brainport, de bijbehorende samenwerking van overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen van de metropoolregio? Hoe daarbij het dagelijks bestuur en de verantwoordelijkheden functioneren, is volstrekt onduidelijk, hoewel zoiets als de omgevingsvisie sterk is doordrongen van denkbeelden van brainport. Geen idee of Jeroen Dijsselbloem daar als technisch voorzitter functioneert. Brainport lijkt een politiek vrijwel ongecontroleerde organisatie. Ook hierbij zou de inhoudelijke leiding minstens moeten komen van een soort wethouder.

Als inwoner van Son en Breugel zijn het democratisch gehalte en de bemensing van metropoolregio Eindhoven en de stichting brainport voor mij van groter belang dan de politieke organisatie van Eindhoven op zich. Het beleid van die instellingen gaat ook over mijn gemeente!

Anno 2022 wordt het steeds meer duidelijk dat de mensheid waarschijnlijk op weg is naar naar de onomkeerbare, totale vernietiging van het menselijk leefmilieu in de loop van de volgende eeuw. Dit wordt vooral veroorzaakt door consumentisme (bijvoorbeeld vliegvakanties en grote auto’s), spilzucht van de economische elite (bijvoorbeeld superjachten), gevestigde belangen (bijvoorbeeld fossiele energiesector) en nutteloze oorlogen (bijvoorbeeld Midden-Oosten en Rusland). In de afgelopen 50 jaar is getracht stap voor stap de dreiging ervan te verminderen, maar dat heeft ondanks de inzet van velen – vaak zeer bekwame mensen – niet meer effect dan meer of minder uitstel.
Het is duidelijk dat het voor de overheid lastig is om de bevolking voldoende mee te krijgen om het tij te keren. Immers, bijvoorbeeld op regionaal niveau is het moeilijk om het besef te krijgen van het verband tussen concrete spilzucht en wereldwijd milieubederf.

Toch is het leefmilieu belangrijker dan de economie als men het tij wil keren. Ook op regionaal niveau. Daarom is het zinvol om het leefmilieu in zijn algemeen als aandachtsgebied voor een verantwoordelijke wethouder op te nemen die volwaardig lid is het dagelijks bestuur van de metropoolregio Eindhoven. Bijvoorbeeld in de persoon van Arno Bonte, de wethouder van Helmond voor dit aandachtsgebied.

 

2 reacties

  • Peer Notermans

    Beste BreugelJaap,

    Interessant hoe een Breugelnaar naar het burgemeesterschap van Eindhoven kijkt.
    Ook voor inwoners van de randgemeenten van Eindhoven is de organisatie van de buurstad van belang. Zeker met de voortdurende dreiging van annexatie. Een van de verwaarloosde punten in die organisatie is de as burgemeester-gemeentesecretaris. Dijsselbloem zal van onschatbare waarde voor Eindhoven en omgeving worden wanneer hij het voor elkaar krijgt het aansturen van het ambtelijk apparaat terug te krijgen bij de gemeentesecretaris. Sinds Van Kemenade-Wouters is dat aansturen willens en wetens verlegd naar de wethouders. Wethouders zijn politici en geen managers. Het Eindhovens ambtelijk apparaat lijdt al decennia onder het amateuristische, wispelturige aansturen door politici. Met als een van de kwalijkste gevolgen de vergaande verkokering en willekeur. Als dieptepunt mag genoemd worden een reorganisatie van het ambtelijk apparaat die vijf volle jaren voortmodderde, vooral omdat het management van de reorganisatie bij twee politici was gelegd. Veel persoonlijk leed bij ambtenaren had kunnen worden voorkomen, maar ook de resultaten van een reorganisatie hadden aanzienlijk meer voor de stad kunnen opleveren dan het geval is geweest. Het verzoek aan de nieuwe burgemeester is dus om de verantwoordelijkheid voor de ambtenaren weg te halen bij de wethouders en te leggen bij een manager/gemeentesecretaris. Op deze wijze kunnen hij en het ambtelijk apparaat borg staan voor een professionele, geïntegreerde uitvoering van de wensen van de politiek, de kiezers, de Raad en de wethouders. In de praktijk heb ik deze wijze van aanpak als positief ervaren in functies bij de gemeenten Tilburg, Almere, Utrecht en den Haag. Eindhoven is echt de negatieve uitzondering. Peer.

  • Beste BreugelJaap,

    Dankjewel voor dit duidelijke verhaal!

    Je verwijst naar mijn verhaal en zegt dat haagse wensen niet het werk zijn van de Burgemeester, maar van democratisch gekozen wethouders. Daar heb je gelijk in. Mijn excuses.

    Ik ben een beetje verblindt door de laatste drie burgemeesters, die spraken over ‘mijn stad’, ‘mijn wethouders’ en ‘mijn ambtenaren’. En eentje ‘mijn busbaan’ 😉

    Ik bedoelde te zeggen dat wij onze toekomst zelf moeten bepalen en ons niet te veel moeten aantrekken van een Haagse zak met geld die daar hangt om onze prioriteiten te wijzigen. Die boodschap moest dus naar de wethouders en niet naar d’n burgemeester

    =wim=

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.