Stadhuisplein, vijf minuutjes spreektijd

Gisterenavond vond de meningsvormende vergadering plaats aangaande het Integraal Gebiedskader Stadhuisplein. Meerdere tientallen insprekers hebben zich van hun beste kant laten zien. De toekomst van het plein gaat velen aan het hart en dat is naar mijn mening ook goed. Wat je er ook van vindt, het is goed dat je je standpunt verkondigt. Mijn betoog ging niet zozeer over de verschillende varianten maar over de totstandkoming ervan. Het zal de regelmatige lezer hier op DSE niet verbazen…

+++++

Geachte leden van de gemeenteraad, beste mede-Eindhovenaren en Eindhovenaressen,

Mijn naam is Bob Leenhouwers, vader van drie Eindhovense tieners en redactielid van Digitale Stad Eindhoven. Ik voel mij doorgaans 26 jaar.

Een paar jaar geleden legde acteur Frank Lammers op televisie uit waarom wij in Brabant succesvol ondernemen. In de kern kwam zijn uitleg erop neer dat we er in Brabant nogal goed in zijn om gewoon bij mekaar langs te gaan, een bakske koffie samen te drinken en te bespreken wat we voor elkaar zouden kunnen betekenen. Onder het genot van een worstenbroodje worden de koppen bij elkaar gestoken en uiteindelijk zeggen we tegen elkaar: “En, wa denkte gij? Ziede ‘t zitte?”. En voordat je het weet is de deal gesloten of juist niet. In ieder geval weten we wat we aan elkaar hebben.

De uitleg van Frank Lammers klinkt romantisch en is dat ongetwijfeld ook. Maar hij is niet de enige die dit aspect van de Brabantse mentaliteit schetst. Onlangs nog deed Peter Geerts een soortgelijke oproep aan Brainport. Geerts is oprichter en directeur van IPS Packaging. Hij moedigt de volgende generatie ondernemers aan om de focus opnieuw te richten op samenwerking, iets wat Geerts met zijn generatiegenoten haast automatisch deed omdat zij noodgedwongen voortkwamen uit de schoot van Philips.

Samenwerking dus.

Samenwerken betekent dat je je realiseert dat je in je eentje nooit het resultaat kunt bereiken dat je met anderen samen wel kunt klaarkrijgen. Wat in Brabant vaak lukt en binnen Brainport zelfs tot beleid verheven is, is de samenwerking tussen Kennisinstituten, Bedrijfsleven en Overheid. Drie partijen, de triple helix, rond een overlegtafel met vier stoelen. Vanavond schuiven wij, inwoners en belanghebbenden, met zijn allen even aan op die vierde stoel.

Morgen zal ik mijn 86-jarige moeder vertellen over deze avond. Zij kwam eind jaren ’50 vanuit het katholieke Zuid-Limburg naar onze stad. Bij haar in het dorp bestond de triple helix uit meneer Pastoor, de burgemeester en wethouders én de middenstand. Het was, zeg maar, de Triple Helix in microformaat. Haar vader behoorde tot één van die drie machten en kan het dus weten.

Ook bij ons Stadhuisplein loopt het niet anders dan in het naoorlogse Limburgse dorpje dat alleen nog in het hoofd van mijn moeder bestaat. En dus staan we nu aan de vooravond van een stap waarvan ik officieel niet weet hoe die uitpakt. Ik weet als inwoner zogenaamd niet hoe het Stadhuisplein binnen de te realiseren bebouwing eruit komt te zien. Ik heb slechts een vaag beeld van de gebouwen die door de ontwikkelende partijen zullen worden uitgewerkt. Want dat is zogenaamd allemaal nog niet duidelijk.

De strategie van voorkoken, masseren en het publiek overtuigen van de genialiteit van de reeds ingezette koers is de weg van de bevroren worstenbroodjes. Samenwerking realiseer je niet met beperkte, onvolledige of te late informatie. Draagvlak evenmin.

De fraaiste truc was wat mij betreft de manier waarop ‘gepeild’ werd wat er met het plein moest gebeuren. Het deed mij denken aan de schoolreisbestemming van groep 8 van fictieve basisschool ‘D’n Anterieur’. Bij deze innovatieve methode mogen niet alleen de leerlingen van groep 8 hun wensen kenbaar maken, nee, de hele school mag meestemmen. En zo ontstaat een hotlist, een top 3 bestaande uit: DippieDoe, Ballorig en het Ottenbad. Uiteindelijk wordt het DippieDoe en heel groep 8 vraagt zich af hoe het zo heeft kunnen lopen; De Efteling of Toverland had immers beter gepast. De schoolleiding wast intussen de handen in onschuld maar beperkt wel het gedoe van een lange busreis en de hoge entreekosten.

De aanpak om te komen tot een doorontwikkeling van het Stadhuisplein heeft ertoe geleid dat we in Eindhoven haast on-Brabants tegenover elkaar staan. Niet in uw gemeenteraad maar wel binnen uw bevolking. U krijgt het misschien niet mee, maar digitaal is van de toon waar Frank Lammers en Peter Geerts zo trots op zijn te vaak geen sprake. In anonimiteit (en soms ook niet) wordt een verbale loopgravenoorlog uitgevochten. Die wordt niet veroorzaakt door de betreffende schrijvers van giftige boodschappen maar door de werkwijze die met uw instemming vanuit dit college kan worden gebezigd.

Ik hoop voor onze kinderen en kleinkinderen dat we erin slagen dat écht anders te gaan doen: serieus overleg met burgers, het benutten van lokale kennis en openheid inzake afspraken met én ontwerpstudies van ontwikkelaars.

Tot slot: innovatieve en ambitieuze plannen zijn juist die plannen die niet overal zouden kunnen ontstaan. Persoonlijk vind ik een nieuwe verticale vinexwijk niet ‘out of the box’. En als die ook nog eens rondom het Stadhuisplein wordt gerealiseerd doet het mijns inziens niet onder voor de verdozing van het Brabantse buitengebied.

Ik wens de Eindhovense stemmers uit Rotterdam, Den Haag en Delft nog een genoeglijke avond toe en u veel wijsheid.

Hartelijk dank voor uw aandacht.

 

 

Een reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *