TU/e wil groeien naar output van 2500 ingenieurs per jaar. Wat gebeurt er met de 1000 studenten per jaar die het niet halen?

Wiskunde in 1972

Mijn eerste wiskundecollege in 1972 aan de universiteit kan ik mij nog herinneren als de dag van gisteren. Na de middelbare school zaten we voor het eerst in een collegezaal met 600 nieuwe zenuwachtige eerstejaarsstudenten. Een man met een rare trui aan liep naar voren, keek boos de zaal in en zei: ‘Kijk naar uw buurman ter linker zijde‘. Dat deden we dus braaf allemaal. Hij vervolgde zijn college met: ‘en kijk nu naar Uw buurman ter rechter zijde‘. Dat deden we ook braaf. Toen kwam de klap op de vuurpijl: ‘slechts een van U drieën zal de eindstreep halen‘. Shit ….

Na twee minuten doodse stilte begon hij met een vijfde-jaars-wiskundecollege waarvan wij broekies in de zaal alleen de lidwoorden konden begrijpen. Aan het einde van het college keek hij triomfantelijk de zaal in en wandelde tevreden naar buiten. De klootzak.

Dit vijfdejaars college was voldoende voor een van mijn medestudenten om zijn technische studie te staken. Hij is een eerwaarde dominee geworden. Dat was het eerste slachtoffer, en er zouden er nog 400 volgen.

Groei van TU/e naar 2500 masters

Nu, vijftig jaar later, belooft de rector magnificus van de TUe dat ze 2.500 afgestudeerden met een technische Master of Science zullen opleveren ‘dus’ dat ze moeten groeien naar een universiteit met 26.000 studenten. Dat tegen nu 1.500 repectievelijk 13.000.

De gemiddelde studieduur aan de TU/e is ongeveer zes jaar. Als je in zes jaar 2.500 afgestudeerden met een Master of Science per jaar oplevert dan zijn dat er in totaal 15.000. De rector magnificus geeft aan dat hij daarvoor moet groeien naar een universiteit van 26.000 studenten. Dat betekent dat in die zes jaar 11.000 studenten wel zijn ingeschreven maar nooit een diploma zullen halen. Dat zijn 1.800 ‘mislukte’ studenten per jaar.

Dus 58% van de studenten studeert tegenwoordig succesvol af. Dat is een stuk beter dan de 33% uit mijn tijd! Maar niet genoeg.

 

 

Wie zijn die 1.800 ‘mislukte’ techneuten

Die 1.800 jonge mensen per jaar die het niet halen hebben allemaal bewust een technische studie gekozen. De meesten komen van buiten Eindhoven, een aantal van buiten Nederland of buiten Europa. Allemaal komen ze met glimmende ogen binnen met de bedoeling om de wereld eens te laten zien wat ze kunnen. Na een paar jaar veel zwoegen en/of veel zuipen breekt dan het besef door dat de studie is mislukt. Ze hebben geen idee wat ze nu met hun leven aanmoeten omdat de gewenste toekomst niet mogelijk lijkt te zijn. Ze vinden dat ze gefaald hebben. Sommigen durven het thuis niet eens te vertellen. Het gevoel dat ze een loser zijn zorgt ervoor dat een aantal hier hun hele leven last van blijven houden!

De mensen die een technische opleiding doen kun je verdelen in drie groepen:

  1. de mensen die zo goed zijn dat ze de studie wel zullen halen. Soms zelfs eerder ondanks de universiteit dan dankzij.
  2. de middenmoot, waarvan een aantal de studie dankzij de universiteit de eindstreep zullen halen en een aantal die wel zouden kunnen maar waar het om de een of andere reden niet lukt.
  3. de mensen die de studie nooit zullen halen omdat ze de verkeerde studiekeuze gemaakt hebben of omdat ze echt niet slim genoeg zijn.

Wat moeten we doen

Het heeft zin om de middenmoot die het wel kunnen en willen maar waar het (nog) niet lukt om de studie succesvol af te ronden vroegtijdig te identificeren. Met individuele aandacht moet het mogelijk zijn om een aantal te redden van hun persoonlijke ondergang. En dat door te morrelen aan de manier van opleiden en niet door te morrelen aan het niveau van de opleiding. De overgang naar een andere opleiding binnen de TU/e of naar het HBO is natuurlijk ook een mogelijkheid. Dat gebeurt nu ook wel, maar het duurt te lang voordat het gestart wordt. Studenten die een paar jaar rondzwalken zonder zichtbaar resultaat is slecht voor de student en duur voor de opleiding.

Het zou me niet verbazen als er met zo’n programma honderden studenten per jaar een afgang te besparen is. We moeten ervoor willen zorgen dat ze gewaardeerde collega’s worden in de Brainport regio.

Samenwerken

De TU/e moet dit niet in zijn eentje aanpakken. Zodra duidelijk is bij de TU/e dat de student in de problemen zit moet er een organisatie ingeschakeld worden waarin TU/e, de industrie, het HBO en zelfs het MBO samenwerken om de student met het hoofd boven water te houden. Misschien kan binnen Brainport zoiets opgetuigd worden.

Misschien kan een buddysysteem met iemand uit het bedrijfsleven of iemand die net met pensioen is zinvol zijn. Ik bied mij aan als vrijwilliger en ik ken genoeg mensen die vast ook mee willen doen.

Studenten die gekozen hebben voor techniek te laten falen waardoor ze dan maar studies als Politiek, Psychologie, Recht en Economie gaan studeren is zonde van het talent.

 

 

 

Een reactie

  • Een nuancering van de getallen in dit opstel is wel op zijn plaats.

    Een aantal (vooral buitenlandse) studenten halen hun Bachelor aan de TU/e en gaan dan afstuderen voor hun Master aan een andere universiteit, vaak in het buitenland. Aan de andere kant komen ook mensen met een buitenlandse Bachelor naar Eindhoven om hier hun Master te halen.

    Hoeveel studenten gaan na de Bachelor en komen voor de Master kan ik nog niet vinden, maar de berekening van 1800 uitvallers per jaar is te lomp.

    Het blijft wel interessant om de mensen die dreigen kopje onder gaan te willen redden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.