Waar halen ze het vandaan? Uit Eindhoven!

Ik was gisterenavond in gesprek met een Amsterdamse klant van me. Nou ja, Amsterdams… hij woont op IJburg, een soort vinexlocatie omringd door water. Behalve over zijn motorscooter spraken we over het thema woontorens, bouwhoogtes en wat dat voor een stad betekent. Zo kwam ik ook achter een haast Eindhovense discussie die in Amsterdam heeft gespeeld. Anders dan in de Eindhovense situatie ging het aldaar niet om het volproppen van de binnenstad maar om de bebouwing van een kale vlakte op het Zeeburgereiland. Toch liepen ook in 020 de meningen behoorlijk uiteen hoe of het woningbouwprogramma zou moeten worden vormgegeven.

Twee kampen
Een andere parallel was ook te zien. De ‘oude garde’ enerzijds, stedenbouwkundigen en architecten die zich vasthouden aan lagere woonlagen omwille van leefbaarheid en anderzijds de nieuwe stedenontwerpers die hoogbouw duiden als elixer tegen de woningnood. De hoogbouwers hebben het in de Amsterdamse context gewonnen ofschoon de voorstanders van lagere lagen tot aan de Raad van State gingen om de steigers op de rem te krijgen.

Dat ‘oude garde’ moet ik overigens meteen van een toelichting voorzien. Het is niet zozeer de anciënniteit die de laagbouwers karakteriseert als wel de mate waarin zij nog afhankelijk zijn van hun (order)portefeuille. Exponenten als Sjoerd Soeters en Friso de Zeeuw zou je tot die categorie kunnen rekenen. En in de Eindhovense context publiceerden ook al verschillende stedenbouwkundigen en architecten hun bedenkingen, zowel in het Eindhovens Dagblad als op deze site. De teneur: niet eens zozeer oneens met hoogbouw an sich maar wel bij de planning ervan in de binnenstad.

Inspiratiebron
En daar houdt de parallel tussen Eindhoven en Amsterdam wel zo’n beetje op. In het land van Cruijf en Kluivert zou het bestuur wel twee keer nadenken voordat er wolkenkrabbertjes rond de Dam zouden worden ontwikkeld. Maar aan de buitenrand van de stad kan het wel en gaat het gebeuren bovendien. De Sluisbuurt heet het gedeelte en is inmiddels een hoogstedelijke buurt in wording en wijkt wonderbaarlijk genoeg nauwelijks af van de oorspronkelijke plannen van het Amsterdamse stadsbestuur. De procedurele aanpak lijkt op die van het Eindhovens gemeentebestuur: we maken een plan, we organiseren een paar inspraakmomentjes en we negeren de mitsen, maren en tegenvoorstellen.

Maar er is nóg een interessante dimensie aan de discussie die in Amsterdam nooit een discussie werd: hoe bespeel je de publieke opinie? Ook daarin zien we in de Eindhovense situatie enige gelijkenis met het Amsterdamse krachtenveld. De voorstanders van hoogbouw in de Sluisbuurt hebben zich bediend van argumenten, een opbouw en een schrijfstijl die ze waarschijnlijk bij Robert de Greef van EHVXL hebben afgekeken. Blijkbaar maakt het voor de argumentatie nauwelijks uit of de hoge torens in eens stadshart of op een (schier)eilandje aan de buitenrand van een stad komen te liggen.

Eén gewenste uitkomst
Het toont aan dat het in de kern niet gaat om een zinvolle analyse en aanpak van de woningnood noch om een inhoudelijke discussie. Het gaat om het bereiken van die ene gewenste uitkomst: hoge woontorens. Architecten en projectontwikkelaars leven daar namelijk van. Het is ook daarom dat de nadelen van hoogbouw in onze binnenstad op een dusdanige wijze worden ontkend dat Philip Morris en Eternit er een puntje aan kunnen zuigen. Ook dat past inmiddels overigens in de Eindhovense bestuurlijke traditie die zo mooi begon met het voormalige NRE-terrein waar mensen nu ‘gerust’ op kunnen wonen.

DIY
Voor wie zelf een betoog ten faveure van hoge onbetaalbare woningstapels schrijven wil volgt hier het stappenplan:

  1. Lees ‘Hoogbouw zorgt voor betere kansen voor duurzaamheid‘, (Het Parool, 14 april 2017) en kopieer het;
  2. Vervang het woord duurzaamheid in de titel voor een willekeurig ander lokaal of globaal thema in de actualiteit;
  3. Pas de geschiedenis van de stad of het dorp aan opdat de gelijkenis met Amsterdam vervalt, en tot slot;
  4. Hamer op ‘groen’, ‘innovatie’, ‘groei’, ‘toekomst’ en ‘verdichting’. Blijf uit de buurt van ‘woontorens’, ‘hoogbouw’, ‘valwind’, ‘schaduw’ en ‘zichtlijnen’.

Wie graag een voorbeeld ziet: “Eindhoven moet lef tonen en durven veranderen“, (ED.nl, 2 november 2020)

Veel succes!

Een reactie

  • middenweg

    Haha, inderdaad. En vergeet de termen “inclusief” en “diversiteit” niet. Is bedacht door links om zoveel mogelijk mensen van migrantenafkomst te promoten, maar doet het ook goed in ruimere zin. Zie D66 die veel hoge torens wil omdat EIndhoven een “diverse” stad is, waardoor er zogenaamd ook een diversiteit aan gebouwen moet komen. En met “inclusief” wordt er gewezen dat er heel veel sociale woningbouw midden in de binnenstad moet komen (oftwel goedkope woonkazernes). Maar ik heb ook al wel gelezen dat projectontwikkelaars “inclusief” gebruikten om dure woningen aan de man te brengen.

    Oftwel, het zijn allemaal modieuze termen met maar een doel. Volbouwen die hap!

    Dat het in Amsterdam ergens aan de rand komt is overigens inderdaad een heel groot verschil. Echter in Eindhoven wordt het daar juist minder hoog, zie Campina. Niet logisch.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *