Bietje pissig… Sloddervogels II

Normaal open ik de zondagochtend op mijn gemakje mijn schootcomputer en kijk ik op z’n Bassies waarover ik iets schrijven wil. Want daar, aan de binnenkant van mijn ogen, daar gebeurt nogal eens wat. Het is een arbeidshandicap, want een hoofd in beweging is bij veel werkzaamheden niet behulpzaam. Gelukkig helpt er één ding enorm: goede nachtrust.

Snorrend de nacht door
Vannacht vielen de oogjes van bleenhouwers rond 04.00 uur dicht. Dat lag niet aan hemzelf maar aan de jongste telg van het gezin. Hij had een goede uitleg voor de late thuiskomst, daar ga ik het verder dan ook niet over hebben, maar dat nam niet weg dat het voor een snorloze oudere witte man zwaar te laat werd. “Maar goed, dan slaap ik maar wat langer…”, je kent het voornemen vast wel.

Gedroomd bedrog
Mijn wimpers omarmden elkaar dan ook direct nadat mijn lijf de horizontale stand gewaar werd en droomland opende zich. Zo was ik een paar uur lekker bezig tot me opviel dat ik op het natuurijs (wel opletten hè, je leest in mijn droom!) heerlijk aan het schaatsen was met de puck aan mijn carbonstick. Het ijs was dik, kende geen sneeuwlaag en al mijn matties waren er. De kou was aangenaam snijdend en iedereen had rode koontjes. Dat staat bij heren al charmant, maar de mee-ijshockeyende meiden mochten er, koon-technisch gesproken, zeker ook zijn.

Zo lag ik waarschijnlijk onrustig in bed de ene schijnbeweging na de andere te maken tot me iets opviel wat eigenlijk niet klopte. Dat ijs waar wij zo duchtig op tekeer gingen, dat was te dik voor het geluid dat het produceerde… Normaal stevig natuurijs kraakt altijd wel een beetje, maar dit klonk langzaam maar zeker toch alarmerend. Het piepte bij elke slag die ik maakte met mijn versgeslepen ijzers en zo ook bij de rest. Ik werd er gek van; en wakker.

Piepend ijs
Als geluidloos klittenband namen mijn onderste en bovenste wimperkes weer afscheid van elkaar en terwijl ik dat liet gebeuren drong de bron van het piepende ijs tot me door. Bovenaan mijn slaapkamerraam steekt het dak een beetje uit en op de rand van hemelwaterafvoer zat blijkbaar wat gevederd tuig van de goot te kwetteren, om gek van te worden. Schaars gekleed, het was toch nog vroeg, ging ik door de voordeur naar buiten en wierp een blik omhoog. Daar zaten ze dan: een stuk of acht van die vogels van nauwelijks het formaat van een tennisbal. “Mussen…”, mompelde ik en murmelde er wat woorden achteraan die ik hier maar niet herhaal.

Aar joe tokking toe mie?

Ik klapte in mijn handen en daar gingen ze. Want mussen zijn misschien wel brutaal, maar niet gek. Op eentje na; daar was iets raars mee aan de hand. Die draaide zijn koppie een beetje schuin naar beneden en leek mij aan te staren met zo’n blik van: “Aar joe tokking toe mie?!”

Musfluisteraar
Het kwam tot een wedstrijdje wie het langst de ander in de ogen kon kijken. Maar terwijl ik daarmee bezig was gebeurde er iets raars, het was alsof het beestje met me communiceerde. Iets van ‘ privacy’ en ‘DSE, weg ermee…’ en dat ie helemaal geen ‘Conny’ genoemd wilde worden. Toen ie ook nog begon over zijn wens om later een nest te bouwen op 160 meter hoogte was voor mij de maat vol.

En zo blijkt maar weer, ook voor een sterk verhaal geldt: Guter Schlaf ist ein Muss.

Ik wens u een prettige zon(!)dag toe.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.