Op de valreep

Eergisteren was ik met mijn partner toe aan, tja waaraan eigenlijk… vooral even weg. Voor alle duidelijkheid, het was de dag waarop Rutte ging vertellen wat ‘strategisch’ al was gelekt. Dat zou ‘s avonds pas komen. ‘Laten we de dag plukken!’ werd niet uitgesproken maar wel in praktijk gebracht.

Limburg
Het zonnetje scheen de ochtend in en rond 11.00 uur startte mijn wederhelft haar oude Renaultje. Radio2 vulde de ruimte. “Waarheen?”, vroeg ik, maar de auto wees ons eigenlijk al de weg. Het werd wederom Limburg. Zo raar is dat niet: onze moeders zijn allebei van Limburgse bodem, al groeide de ene op in Reuver (of eigenlijk ‘op’ want daar woont iedereen op Reuver) en de ander in Stein. Maar vandaag zouden we daar niet komen.

P+R ( parel en rust )
Via allerlei weggetjes en wegen die mijn chauffeuse op haar harde schijf heeft staan belandden we in Thorn. Een mooie P+R avant la lettre, nét buiten de dorpskern wordt de tijdelijke verblijfplaats van de Scenic terwijl wij ons een weg benen door één van de smalle steegjes richting het hart van wat men ‘De witte stad’ pleegt te noemen.

Thorn is een schatje. Dat klinkt misschien raar voor een plaats, maar het is écht zo. Het had net zo goed op een afgelegen plaats in het hart van Frankrijk kunnen liggen. Oude huisjes, kinderkopjes en alles straalt een rijke historie uit. En… voldoende terrasjes om een kumpke koffie te drinken of, zoals ze in Limburg wel zeggen: een tas. Okee, aangezien Big Brother overal is, beken ik maar meteen dat het geen koffie maar een ordinair colaatje was. Opvallend was ook dat een gastvrouw ons verzocht eerst de handen te alcoholiseren én we werden min of meer gedwongen tegenover elkaar te gaan zitten: buitengewoon duidelijk. Diezelfde duidelijkheid was er ook toen een groepje van 10 wilde neerstrijken op hetzelfde terras. Daar was met de actuele opstelling geen mogelijkheid toe, al scheen het zonnetje nog zo lekker.

Eindelijk reuring
Een kort rondje later bracht de démarreur, klinkt beter dan startmotor nietwaar, onze reisbegeleider weer in gang. Maastricht werd de volgende halte. La voiture werd er geparkeerd achter een imposant gebouw dat vroeger aan Sphinx toebehoorde. We hebben het van een bouwval tot het huidige Strijp-S zien verworden. Fraai! “Hé, een levende plint!” en inderdaad: onderin de betonnen mastodont met de gevelkleur uit Thorn, daar was het ineens… Reuring! Mensen zaten binnen kopjes koffie te drinken in een restaurantje en er wandelden mensen naar binnen en naar buiten. Dat is dan toch reuring of heb ik het mis?

Maar goed, efkes sfeer proeven in Maastricht. Dat blijft toch een dijk van een binnenstad, al staat ook daar menig pandje leeg. Het laat onverlet dat je elk moment een postkoets of een patrouillerende formatie uit het leger van Napoleon uit een straatje van links of rechts verwacht. Maar daarvoor in de plaats zoeven ook hier de leenscooters en bezorgfietsen van de Uberondernemers. Maastricht is met de tijd meegegaan en kei-autoluw.

Vrieuthof
‘s Nachts kan het ook in dit oude stadshart een beetje ongezellig zijn door mensen die andere waar aanbieden of bezorgen. Overdag, zoals nu, was het er gemoedelijk als altijd. Het Vrijthof, zeg maar het André Rieu-kwadrant, was omgeven met een haag van handpompjes. Op statige standaardjes was het vrij pompen geblazen, instructies over afstand waren ook hier overal te lezen en er waren digitale waarschuwingsborden. Het Vrijthof is voor velen een hotspot; voor ons net iets tè. Wij schuifelden op ons ‘gemekske’ door naar het Onze Lieve Vrouweplein aan de voet van de gelijknamige basiliek. 

Smeltkroes
Daar komen van alle richtingen straten en steegjes op uit en onder de bomen is een plein vol tafeltjes te vinden waaraan het dinsdag goed toeven was. Een beetje fris, maar met de jas over de schouders was het prima te doen. Maastricht biedt door haar ligging een mooie mengeling van bezoekers. Une famille praat francais, die andere redet deutsch en dan heb ik het nog niet over die twintig andere talen die voorbij komen. De smeltkroes lijkt een beetje op mijn eigenste Eindhoven, maar dan zonder het Frans en Duits. Omarmd door het Onze Lieve Vrouweplein genoten we van een versnapering en van wat er aan ons netvlies voorbij trok.

Terug richting auto wandelden we toen het tot me doordrong dat ik mijn dwangneurose nog niet de vrije loop had gegeven. Altijd in binnensteden kijk ik naar wat er te huur staat én hoe de ene A1 locatie nóg mooier aangeboden wordt dan de ander. Ook hierin lijkt Maastricht wel een beetje op Eindhoven en op al die andere steden met een binnenstad. De oorzaak ervan was blijkbaar een uitzondering op de autoluwe regelgeving, want een elektrisch geel-rood bezorgautootje baande zich een weg om pakketjes bij de binnenstedeling aan te bieden.

Heuvelen
Zeven parkeereuro’s later lieten we het Sphinxkwartier achter ons en gaven de chevaux de sporen. ‘Op naar het Heuvelland!’, was de gedachte. Door de tunnel onder het Maastrichtse stadsdeel Wyck door kom je in de achtertuin van de stad. Het Limburgs Heuvelland is altijd mooi, zelfs als er in de winter geen blad meer aan de bomen te vinden is. Of je nou Radio2, Veronica of ClassicFM opzet: de glooiingen, de contrasten en de kronkelige weggetjes kunnen je eindeloos begeleiden naar waar je niet naartoe móet maar mag. Ook zonder radio en met goed gezelschap bleek dat wederom te kloppen.

Walhalla
Tegen een uur of zes besloten we een oom en tante uit te nodigen voor een hapje in de binnenstad van Valkenburg. Zij wonen daar. Die uitnodiging werd vriendelijk afgeslagen, maar Valkenburg lag inmiddels wel bijna aan onze voeten. Als je in het donker van de juiste kant aan komt rijden zie je de oude burcht prachtig verlicht met daaronder de lampjes die het toeristisch walhalla van deze streek verraden. We parkeerden er rond kwart voor zeven.

Na een wandelingetje langs de gekanaliseerde Kleine Geul arriveerden we net voor zeven uur in de Grote Straat van Valkenburg. Voor wie er ooit was: het is zeg maar het Stratums Eind van Valkenburg, waarbij vooral restaurants de overhand hebben. Op deze herfstavond bleken er verrassend veel gasten naar deze toeristenmagneet te zijn getrokken. De overdekte terrasjes, ook hier afgehekt met ontsmettingspompjes, bleken verwarmd en het zag er aangenaam uit. Maar het was ook een eng aanzien, een beetje halloween, maar dan anders.

Horror night?
Op alle terrasjes bescheen aan elk tafeltje minimaal één mobiele telefoon een gezicht van de betreffende kijker; zo’n van onderaf belicht gezicht. Je ziet altijd wel iemand op een telefoon kijken, maar zoveel mensen tegelijk? En je kon ook zien dat van iedereen ongeveer tegelijk het beeld versprong. Dan verkleurde het gezicht van de beeldschermbekijker ineens van lichter naar donkerder en andersom. Wat was hier aan de hand?

Een paar stappen verder viel het ons op dat we in de restaurants grote schermen zagen met een bekend gezicht. De immer goedlachse minister-president, geflankeerd door een handlanger en een handgebarende tolk was aan het woord. En ik kan u verzekeren, als Rutte op 40 mobieltjes én op 10 televisies uitlegt dat de horeca op slot gaat, dan komt dat binnen.

Overal
In ons geval, nonchalant flanerend door het middenpad, bekroop ons van die alomtegenwoordige Mark een heus Big Brother-gevoel. “Hij zit overal…”, moppelde mijn gezelschap. “Ik vrees het ook!”, maar het weerhield ons er niet van een vorkje te prikken op één van de terrasjes toen iedereen weer zelf het woord ging voeren.

Vrij naar ‘1984’ 

Het werd een smakelijke afsluiting van een korte ‘break’. Op weg naar huis spraken we de hoop uit dat we later nog eens terug zouden gaan voor dat ene lekkere gerecht en dat dessert. Maar ergens vrees ik er een beetje voor dat we over een maand of twee geen luifel, warmtelamp of menukaart vinden. In plaats daarvan een gesloten deur en ‘Te Huur’ op de gevel. Sterkte aan alle horeca-ondernemers, de ‘preferred suppliers’ van romantiek en gezelligheid!      

3 comments

  • Eric

    Schitterend verhaal Bob! Het voelt alsof ik er elke stap bij was.
    Blijf schrijven!

    • bleenhouwers

      Dankjewel Eric! Leuk dat het je kan bekoren. Read on, zou ik zeggen…

    • Rien Valk

      Grappig Eric,
      ik vertelde Bob via whatsapp nagenoeg het zelfde aangevuld met;
      In dat opzicht mist onze niet lezende jeugd veel omdat ze in hun hoofd niet mee kunnen reizen met een schrijver.
      Vooral schrijvers die zo beeldend kunnen schrijven!

      Heb je dit ook van Bob gelezen: dse.nl/een-bolletje/ ontroerend mooi wat tot in Duitsland door een bevriende tandarts en arts herkend werd! Zij bekwaamt zich in Nederlands en kijkt daarvoor ook regelmatig op onze portal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *